woensdag 16 juli 2014

Bries




Bries

Ik zou ze nog zo graag wat zeggen
van alles in hun armen leggen
Of stil zijn
maar ze voelen
Waar zijn ze nu?
Wat denken ze?
Vraag ik mij regelmatig af
en volgen ze mijn leven?
Soms
als de merels fluiten
en ik voel een zachte bries
dan denk ik
dat is pa
of Ries
Zielen leven



( voor mijn vader en voor mijn broer)


woensdag 2 januari 2013

Wad een portret... Laatste klim.


    


      WAD EEN PORTRET 
   
   


   1. Laatste klim.



Het viel hem mee. De klim. Het was net als vroeger. Als een kind de dijk op naar boven. Ze leek een reus, zo groot. De opwinding terwijl hij omhoog liep. Steeds sneller, om de zee te zien en de wind te voelen. En dan, je kop boven de dijk. Bevrijdende vergezichten die plotseling je ziel binnenstoven.
Z’n rug deed pijn en de zieke longen hadden moeite met de grote dosis zuurstof van klim en wad. Zouden de anderen aan hem kunnen zien dat ie ziek was? Kon men zien dat hij, de klimmer op de dijk, binnenkort zou sterven?Hij zou het zomaar willen schreeuwen in hun gezichten. Deze mensen, ze zouden het moeten weten. ‘Kijk naar mij’. ‘Ik ga dood’ klonk het ergens van binnen. Maar zijn mond bleef stil. Het was zijn dood. Niet de hunne. Laat dit duidelijk zijn. Deze afspraak had hij immers met zichzelf gemaakt. Laat iedereen vooral verder leven.
De luchten waren blauw en grijs en het water was hoog. De kleuren vermengden zich in een verre horizon. Overal strepen en lijnen. Een immens schouwspel. Achter hem scheen de zon en wolken wierpen zo nu en dan schaduwen op de dijk. Hij trok de schoenen van z’n voeten. Blote tenen in het gras. Wat een gevoel. Het paste meer bij het leven dan bij dood, die blote voeten. Zo aards en zo van zijn. Het deed hem pijn en tegelijkertijd maakte het hem gelukkig. Het was duidelijk een afscheid. Een laatste keer.
Vogels vlogen schreeuwend over het wad. Een grote groep brandganzen. Geen dier vloog alleen. Maar hoe gaan ganzen dood, sterven ze alleen? Uiteindelijk zou hij het zelf moeten doen. Sterven. Misschien dat iemand zijn hand vasthield. Maar voor hem hoefde het niet. Het liefst ging hij alleen de dood in. Als een gans. Als een dier. Ergens tussen gras en luchten. Laat me daar maar gaan.
Langzaam liep hij een eindje. Het pad hoef je hier niet te kiezen. Het was één rechte lijn vooruit, langs witte, wollen schapen. Zijn lijf deed zeer, als was het oud en op. Z’n geest, altijd zo helder en vooruitstrevend, onderging de laatste weken een kalme berusting. Als remde hij langzaam af. Ebde hij langzaam weg. Het gaf hem de tijd om nog wat om hem heen te kunnen kijken. Te zien. Tijd om te overzien. Zijn leven. Zijn dood.
Het leven was voor hem altijd een strijd geweest. Periodes van strijd. Een strijd tegen het geloof van zijn ouders. Een strijd tegen zijn eigen losbandige levensstijl. Een strijd tegen hemzelf. Gaandeweg zijn leven verloor hij het recalcitrante en ontdekte hij zijn eigen intelligentie. De kracht die in hem zat leerde hij te gebruiken om te leren, te ontwikkelen, om lief te hebben. De strijd werd zijn kracht. Ja, strijden kon hij goed.
Maar nu, de ziekte, de kanker. Het verwoestte zijn lichaam. De lichaam van een jongeman, gevangen door een netwerk van boosaardige cellen. Net toen hij de liefde vond, moest hij het strijden opgeven. Hier viel niet aan te tornen. Alle emoties had hij doorstaan de afgelopen weken. Verdriet, boosheid, angst. Zijn vrienden had hij bezocht en de handen vastgehouden van zijn geschrokken familie. Toen zij allen nog geloofden in herstel en kansen had hij al gevoeld dat de dood dichtbij was. Hij speelde het spel nog even met ze mee, begreep hun onmacht. Maar verliezen zou hij. Het zat als een zwaar weten in zijn ziel.
Wat was hij een eigenwijze man geweest. Zijn hele leven. Eerst een eigenwijze jongen. Een bijzonder kind. Hij had het altijd het idee gehad voor iedereen uit te lopen. Ver voorop. Lastig. Niet iedereen begreep hem en hij begreep niet iedereen. In zijn jeugd zat de maatschappij waarin hij leefde nog vol hokken en dogma’s. Geschopt had hij tegen deze denkwijzen. Zijn geest was verder dan de hunne en dacht ruim. De laatste jaren was hij wat tot rust gekomen. Dat voelde goed. Scherpe kanten werden met liefde geschuurd. De strenge God uit zijn jeugd veranderde in een geaccepteerde spirituele zoektocht. Ironisch genoeg zal hij binnen korte tijd een antwoord krijgen op al zijn vragen. De dood zal hem bevrijden en hem vertellen hoe het zat.
De kleuren daar boven op de dijk veranderden constant. De zomerzon bracht glans op de blauwe grijzen die zo horen bij het wad. Hoe anders deze luchten dan op een grauwe winterdag. Het zou meer gepast hebben bij zijn naderende dood. Grauw en grijs. Zo eenzaam zijn de kleuren, zo eenzaam voelde de dood.
Het moeilijkste was het achterlaten van alle liefde.  Haar liefde. Haar liefde had hij in zijn ziel geplant. Het deed pijn als hij daar aan dacht. Zij, alleen bij zijn graf, alleen in hun bed. Zijn hele lichaam verzette zich tegen deze gedachte. Alsof je binnenste naar buiten werd geperst. Bij haar hoorde immers het leven. Kon hij maar de zee inlopen, gewoon verdwijnen in de slik van het wad. En dat ze hem dan nooit had gekend. Ze zou gewoon gelukkig zijn, een onwetend, blij mens. Dit zou zijn laatste strijd worden. Haar loslaten.
Zoekend keek hij naar boven. Een meeuw boven zijn hoofd schreeuwde naar de lucht, als lachte zij hem uit. Luister, luister naar jezelf. Zijn hoofd zakte en woorden kwamen. Ze vertelden over de liefde. 'Als je ooit zou gaan, een deel van mij zou met je mee gaan en een deel van jou zal in mij voortleven.' 
Hij voelde van binnen een nieuw gevoel ontstaan, een gevoel van hoop en kunnen loslaten. Hij zou een andere kant op moeten gaan. Onherroepelijk. Maar zij zou verder leven met een deel van hem.
En zo stond hij stil. Boven op een dijk staan gaf overzicht. Voeten op de grond en de armen wijd gespreid. De meeuw schreeuwde nog een keer en keek vanuit zijn vlucht op hem neer. De laatste strijd was gestreden. Loslaten en verder gaan. Maar wat zou hij veel meenemen de dood in. Stukjes van zielen, van allen om hem heen. Van haar. Hij zou gaan als een rijk man, want, hij had de liefde gekend.


Inge Zwerver...





dinsdag 17 juli 2012

5 onder 1 dak..... Mijn schelp. (kinderrijmpje)





(Kinderrijmpje...)
Mijn schelp

Gisteren  vond ik een schelp
De mooiste van het strand
Na 100 reizen over zee
Was ze bij mij beland

Ik dacht toen ik dit schelpje zag
Wat heb jij veel gezien
Een reuzenwalvis, een dolfijn
Of een haai misschien

Een duikersboot of een groot wrak
Piraten met een schat
Miljoenen kleine glinstervissen
Of een verzonken stad

Daar lag ze dan, de kleine schelp
Nog kleiner dan een muis
Na ál haar avonturen
Mocht ze met mij naar huis…



    Inge Zwerver

vrijdag 23 maart 2012

5 onder 1 dak....Altijd

Altijd


Laat ze springen in mijn tuin
Laat ze spelen
Laat ze zingen
Blote voeten
in het gras
zwarte tenen
niet te boenen
of het altijd lente was.



Laat ze leven
tussen luchten
met de glijbaan
als domein
Laat ze klimmen
Laat ze lachen
Laat het altijd
maar zo zijn.
Inge Zwerver


 

vrijdag 2 maart 2012

5 onder 1 dak......De familie von Trapp

De Familie von Trapp.


Onlangs hadden we er eentje te pakken. Zo'n dagje vol geluk. We kregen het zomaar in de schoot geworpen. Nu hadden we een feestelijke aanleiding, dat moet gezegd. Het had iets te maken met een trouwdag en de zoveelste. Maar daarin zat niet het geluk van de dag. Het zat hem in alles. En hoe het ging.
Het weer was goed en de tas gevuld met alles wat we nodig hadden. We gingen er iets bijzonders van maken zeiden we tegen onszelf.
Die ochtend reden we richting een stille Waddenzee om op de boot te stappen.
De boot naar Schier...

Waarschijnlijk behoeft het geen verdere uitleg. Een ieder van u kent dat gevoel. Maar toch.
Het moment dat je op de grote witte boot stapt geeft je immers alleen al het gevoel ver op reis te gaan. Erg ver weg van huis. Weg van alles wat dagelijks is. Misschien wel van jezelf.
Het dagelijkse wordt op de kade van Lauwersoog achtergelaten. Tezamen met zorgen, met verdriet, met alles wat je anders zou willen.
Grote witte meeuwen schreeuwen naar je door een blauwgrijze waddenlucht. Het krijsende geluid werkt bevrijdend . Roept iets avontuurlijks en onbekommerds in je op.

Mijn kinderen keken hun ogen uit. Renden door de grote blikken ruimtes vol stoelen en tafels en liepen hand in hand met papa of mama buiten op het dek. De zilte wind waaide door hun haren en in hun ogen weerkaatste het sprankelende van de zee.

Schier is altijd als vanouds. Schier veranderd nooit. Hooguit ergens een nieuwe horecagelegenheid. Dat zou nog kunnen.
Maar altijd kom je thuis.

Het was warm die dag. Natuurlijk werd er gefietst. Dat hoort.
Smalle schelpenpaadjes door gele duinen. Voorovergebogen trappend omhoog en dan, joelend naar beneden.
Kadetjes eten aan dat verschrikkelijke brede strand. Kadetjes met kaas en zand. En wat smaakt dat dan veel lekkerder dan thuis aan de keukentafel.
Wonderlijk.

Twee volle uren zaten we aan de Berkenplas. Met onze gat in het zand en de kinderen zwemmend en spelend in het water. Kinderen hebben het grote talent om in zeer korte tijd vrienden te kunnen maken en zo bleven we langer dan gepland.
Omdat het zo mooi ging.
Enige vorm van jaloezie bekroop me toch wel. Mijn oudste en haar vriendinnetje-voor-twee-uur hadden een heuse eigen eiland in het midden van de plas. Stoer zwommen de avontuurlijke dames er naar toe. Klommen vervolgens door rietkragen aan land en speelden daar hun eigen verzonnen verhalen.
Meer kind kun je niet zijn.

Zo tegen het einde van de middag, met nog een uurtje te gaan voordat we weer richting boot zouden moeten gaan, fietsten we nog wat.
Vanaf de Badweg rolden we nog even naar beneden voor een rondje door het dorp.
Anne voorop.
Trappend op een grote rose omafiets.
Haar haren in zoutige slierten rond haar blije hoofd.
Plots begon ze luid te zingen.
Zo, slingerend door al het andere Schierpubliek.
De rest van de familie kwam er achteraan gefietst.
"Do daar start en stop je mee, Re een hertje in het véééééld".
De Sound of Music.

De mensen keken verbaasd om naar deze vrolijke sliert fietsers. Glimlachend, naar dat luid zingende meiske voorop.
Anne zelf had niets in de gaten.

Heel even zag ik die late middag de duinen van Schiermonnikoog veranderen in hoge bergen.
En wij veranderden al fietsend in de familie von Trapp.

En ik......ik voelde heel even, het eenvoudige, onschuldige geluk van Maria....


Inge Zwerver (Juni 2010)

maandag 21 november 2011

5 onder 1 dak..... Mist.









5 onder 1 dak......Mist.






Mist.

En langzaam worden we een eiland
verdwijnen in een mist
van
slierten wollen vlagen
veroveren zo mijn dorp
waarvan niemand nu nog wist.
_
Laat een ander ons niet vinden nu
laat ons ons dorp maar zijn.
_
De grijze muren dempen
al het wereldse lawaai
En even hoef ik nooit meer iets
dan mens in mist te zijn.




Inge zwerver


maandag 14 november 2011

5 onder 1 dak…..Rijkdom.


5 onder 1 dak…..Rijkdom.
Bij Thijs draait het nog al es om geld. Hoe jong dat ie is, hij mag er graag wat van hebben.
Regelmatig bedenkt hij manieren, hoe hij ooit zelf zoveel mogelijk centjes kan gaan verdienen. Inmiddels weet ik, dat als je Lego-ontwerper wordt, je logischerwijs  gratis Lego voor je eigen kinderen kunt krijgen. Dat is een dikke plus. Kies je daarentegen voor het beroep van kok, dan ben je verzekerd van een leven lang voedsel. Een combinatie van beide beroepen is zijn ideaal.
Als Thijs zo nu en dan een zakcentje van zijn oma ontvangt, rent hij onmiddellijk richting de kast met spaarpotten. Onderweg nog net een dankjewel roepend naar zijn gulle grootmoeder. Slimme kleinzonen vergeten het bedankje niet, ze moeten immers vooruit blijven kijken. 
Urenlang kan hij ons vertellen, over wat hij met het geld zou kunnen gaan doen. Voornamelijk speelgoed kopen. Een logische wens van een zesjarige vindt u niet? We laten hem maar. Z’n wensen zijn prettig om naar te luisteren. Vol jongensfantasie en hartstocht. Waar vind je het nog.
Zelf geld verdienen doet ie ook hoor. Ik zie hem nog zitten. Op een dag in het voorjaar. Voor ons huis, op de stoep. Een tafeltje met daarop welgeteld één aardbei. Zelfgekweekt, dat moet gezegd. Thijs op een stoeltje achter dat tafeltje.
Toen de auto’s maar langs bleven rijden en er niemand stopte, veranderde mijn zoon in een heuse marktkoopman. Hij begon zijn waar aan te prijzen middels het roepen naar voorbijgaande potentiële kopers: ‘Aardbei te koop, één euro maar’! Toen ook dit niet hielp, plukte hij een bosje lavendel; als extra gratis product, bij aankoop van die ene rode vrucht. 
Uiteindelijk kwam zijn grote zus de aardbei inclusief lavendel kopen, ze betaalde met een euro van haar vader. Om de situatie te redden.
Mooi is het dan (dit alles in het achterhoofd hebbende) dat deze zelfde Thijs onlangs aan de keukentafel met een prachtige uitspraak kwam. Het ging over geld en hoeveel mama daarvan had. Ik moest hem teleurstellen. ‘Niet zoveel Thijs’ antwoordde ik hem.
Ik had verwacht dat dit een fikse tegenvaller zou zijn, maar niks hoor. ‘Mama, jij hebt dan niet veel centjes, maar jij bent zo lief mama, dan ben je ook heel rijk. Rijk van liefde’.
Volgens mij is het best een pienter mannetje, die Thijs van mij!


Inge Zwerver